De belangrijkste recente aanpassing binnen de Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg) betreft de handhaving rondom het vervoer en de aanschaf van (los) buskruit door particulieren, welke per 1 maart 2026 strikt wordt gecontroleerd. Daarnaast is de regelgeving rondom de Wet precursoren voor explosieven (Wpe) recentelijk onder verscherpt toezicht gesteld.
De concrete wijzigingen en handhavingsmaatregelen zijn als volgt opgebouwd:
1. Verplichte overbrengingsvergunning voor buskruit (Maart 2026)
- De maatregel: Sinds 1 maart 2026 handhaaft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) actief op de aanwezigheid van een overbrengingsvergunning bij de aanschaf en het transport van los kruit. [1]
- Doelgroep: Dit treft direct jagers, sportschutters die zelf munitie herladen, en verenigingen die met historische wapens (en los kruit) schieten.
- Procedure: De vergunning (op basis van artikel 10 Wecg) moet vooraf worden aangevraagd bij de burgemeester en wethouders van de gemeente waar de herlader woont (de eindbestemming van het transport). Zonder deze vergunning mag een winkelier of leverancier geen kruit meer meegeven. [1]
2. Verscherpt toezicht op precursoren voor explosieven (2025/2026)
- Grondstoffen: Naast kant-en-klare civiele explosieven controleert de ILT streng op de Wet precursoren voor explosieven (Wpe). Dit gaat om alledaagse chemische stoffen (zoals in bepaalde reinigers of meststoffen) waarmee zelf explosieven gemaakt kunnen worden.
- Bouwmarkten: Uit grootschalige inspecties die eindigden in eind 2025 bleek dat bijna 60% van de bouwmarkten niet aan de wettelijke eisen voldeed. Hierdoor zijn de controles en handhavingsmaatregelen voor winkelketens die deze producten aanbieden aanzienlijk aangescherpt.
3. Europese harmonisatie en traceerbaarheid (Achtergrond)
- Verantwoordelijkheid: De basis van de huidige Wecg is gestoeld op de Europese Richtlijn 2014/28/EU. Deze richtlijn stelt zware eisen aan de marktdeelnemers.
- Unieke identificatie: Fabrikanten, importeurs en distributeurs moeten elk civiel explosief voorzien van een unieke identificatie en een sluitend registratiesysteem bijhouden om illegale handel en terrorisme tegen te gaan. Dit geldt voor industriële springstoffen (zoals gebruikt in de mijnbouw of bij sloopwerkzaamheden).